โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
werken
to work
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik werk vandaag thuis.
I work at home today.
wonen
to live
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Wij wonen in Amsterdam.
We live in Amsterdam.
spreken
to speak
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (e-a-o), takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Spreek je Engels?
Do you speak English?
kopen
to buy
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik koop een appel.
I buy an apple.
betalen
to pay
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik betaal met pin.
I pay by card.
koken
to cook
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Mijn vader kookt vandaag.
My father cooks today.
eten
to eat
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ee-a-e), takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Wij eten een appel.
We eat an apple.
drinken
to drink
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (i-o-o), takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik drink water.
I drink water.
lezen
to read
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ee-aa-e), takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik lees een boek.
I read a book.
schrijven
to write
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ij-ee-i), takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik schrijf een brief.
I write a letter.
luisteren
to listen
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect. Often takes preposition 'naar'.
Voorbeeld
Ik luister naar muziek.
I listen to music.
kijken
to look / to watch
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect. Often takes preposition 'naar'.
Voorbeeld
Wij kijken naar televisie.
We watch television.
zien
to see
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ie-aa-ie), takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik zie een hond.
I see a dog.
horen
to hear
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben in the past perfect.
Voorbeeld
Ik hoor muziek.
I hear music.
lopen
to walk
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (o-ie-o), takes zijn for movement to a destination, otherwise hebben.
Voorbeeld
Wij lopen naar school.
We walk to school.
fietsen
to cycle
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben or zijn.
Voorbeeld
Ik fiets naar het werk.
I cycle to work.
reizen
to travel
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes zijn in the past perfect.
Voorbeeld
Wij reizen met de trein.
We travel by train.
wachten
to wait
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben. Often takes preposition 'op'.
Voorbeeld
Ik wacht op de bus.
I am waiting for the bus.
begrijpen
to understand
๐ Grammaticanotitie
Strong verb with separable prefix (ij-ee-i), takes hebben.
Voorbeeld
Ik begrijp het niet.
I do not understand it.
zoeken
to search / to look for
๐ Grammaticanotitie
Weak verb with vowel change in past tense, takes hebben.
Voorbeeld
Ik zoek mijn sleutels.
I am looking for my keys.
Training instellen
Configureer je leersessie.