โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
ontbijten
to have breakfast
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik ontbijt elke ochtend.
I eat breakfast every morning.
koffie drinken
to drink coffee
๐ Grammaticanotitie
Compound verb with strong verb 'drinken', takes hebben.
Voorbeeld
Ik drink graag koffie.
I like to drink coffee.
douchen
to shower
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik douche elke dag.
I shower every day.
zich wassen
to wash oneself
๐ Grammaticanotitie
Reflexive verb, strong stem change in past tense, takes hebben.
Voorbeeld
Ik was me in de badkamer.
I wash myself in the bathroom.
tandenpoetsen
to brush teeth
๐ Grammaticanotitie
Compound verb treated as a regular weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik poets mijn tanden.
I brush my teeth.
aankleden
to get dressed
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik kleed me snel aan.
I get dressed quickly.
ontbijt maken
to make breakfast
๐ Grammaticanotitie
Compound expression with 'maken', takes hebben.
Voorbeeld
Ik maak het ontbijt.
I make breakfast.
gaan werken
to go to work
๐ Grammaticanotitie
Uses 'gaan' (irregular, takes zijn) plus 'werken'.
Voorbeeld
Ik ga naar mijn werk.
I go to my work.
werken
to work
๐ Grammaticanotitie
Weak verb ('t kofschip rule: 'n' is voiced, so -de), takes hebben.
Voorbeeld
Ik werk in een kantoor.
I work in an office.
pauzeren
to take a break
๐ Grammaticanotitie
Weak verb ending in -eren, takes hebben.
Voorbeeld
Ik pauzeer om twaalf uur.
I take a break at twelve o'clock.
lunchen
to have lunch
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik lunch met een broodje.
I have lunch with a sandwich.
boodschappen doen
to go grocery shopping
๐ Grammaticanotitie
Uses irregular verb 'doen', takes hebben.
Voorbeeld
Ik doe boodschappen in de supermarkt.
I do grocery shopping at the supermarket.
koken
to cook
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik kook elke avond.
I cook every evening.
avondeten
to have dinner
๐ Grammaticanotitie
Compound verb derived from strong 'eten', takes hebben.
Voorbeeld
Wij avondeten om zes uur.
We have dinner at six o'clock.
afwassen
to do the dishes
๐ Grammaticanotitie
Separable verb with 'af', takes hebben.
Voorbeeld
Ik was de borden af.
I wash the plates.
tv kijken
to watch TV
๐ Grammaticanotitie
Compound expression with strong verb 'kijken', takes hebben.
Voorbeeld
Ik kijk 's avonds tv.
I watch TV in the evening.
lezen
to read
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, stem vowel changes from ee to e, takes hebben.
Voorbeeld
Ik lees een mooi boek.
I read a nice book.
ontspannen
to relax
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik ontspan op de bank.
I relax on the couch.
naar bed gaan
to go to bed
๐ Grammaticanotitie
Expression with 'gaan', which takes zijn.
Voorbeeld
Ik ga op tijd naar bed.
I go to bed on time.
slapen
to sleep
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, vowel change in past tense, takes hebben.
Voorbeeld
Ik slaap acht uur per nacht.
I sleep eight hours per night.
Training instellen
Configureer je leersessie.