โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
schijnen
to shine
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, stem changes in past tense, takes hebben.
Voorbeeld
De zon schijnt vandaag.
The sun is shining today.
regenen
to rain
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, impersonal subject 'het', takes hebben.
Voorbeeld
Het regent nu hard.
It is raining hard now.
waaien
to blow / to be windy
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, impersonal subject 'het', takes hebben.
Voorbeeld
Het waait heel hard.
It is blowing very hard.
sneeuwen
to snow
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, impersonal subject 'het', takes hebben.
Voorbeeld
Sneeuwt het in de winter?
Does it snow in the winter?
groeien
to grow
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes zijn for growth/process.
Voorbeeld
De bloemen groeien snel.
The flowers are growing fast.
bloeien
to bloom / to flower
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
De rozen bloeien in juni.
The roses bloom in June.
schijnen
to appear / to seem
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben (secondary meaning).
Voorbeeld
Het schijnt mooi weer te zijn.
It seems to be nice weather.
vriezen
to freeze
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, impersonal subject 'het', takes hebben.
Voorbeeld
Het vriest vannacht heel hard.
It is freezing very hard tonight.
planten
to plant
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij planten nieuwe bomen.
We are planting new trees.
plukken
to pick / to pluck
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Kinderen plukken rode appels.
Children are picking red apples.
branden
to burn
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (despite strong-like appearance), takes hebben.
Voorbeeld
De hete zon brandt fel.
The hot sun burns brightly.
stijgen
to rise / to increase
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes zijn.
Voorbeeld
De temperatuur stijgt snel.
The temperature is rising fast.
dalen
to drop / to fall / to descend
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes zijn.
Voorbeeld
De temperatuur daalt 's nachts.
The temperature drops at night.
leven
to live
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Vogels leven in de bomen.
Birds live in the trees.
veranderen
to change
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes zijn for state change.
Voorbeeld
Het weer verandert erg snel.
The weather changes very fast.
stromen
to flow
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben or zijn.
Voorbeeld
De rivier stroomt door het land.
The river flows through the land.
vallen
to fall
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes zijn.
Voorbeeld
Bladeren vallen van de bomen.
Leaves fall from the trees.
waarnemen
to observe / to notice
๐ Grammaticanotitie
Separable verb (waar + nemen), strong, takes hebben.
Voorbeeld
Wij nemen vogels waar.
We observe birds.
staan
to stand
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
De grote boom staat buiten.
The big tree stands outside.
zitten
to sit
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Een vogeltje zit op de tak.
A little bird is sitting on the branch.
Training instellen
Configureer je leersessie.