โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
schilderen
to paint
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik schilder graag landschappen in het weekend.
I like to paint landscapes on the weekend.
fotograferen
to photograph
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Hij fotografeert vogels in de natuur.
He photographs birds in nature.
kamperen
to camp
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij kamperen elk jaar in Frankrijk.
We camp every year in France.
fietsen
to cycle
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben or zijn (usually zijn for movement to a destination).
Voorbeeld
Ik fiets elke dag naar mijn werk.
I cycle to my work every day.
vissen
to fish
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Mijn opa houdt ervan om te vissen bij de rivier.
My grandpa loves to fish by the river.
verzamelen
to collect
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Hij verzamelt oude munten en postzegels.
He collects old coins and stamps.
dansen
to dance
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij dansen graag op salsa muziek.
We like to dance to salsa music.
tekenen
to draw
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Het kind tekent een huis met bomen.
The child draws a house with trees.
tuinieren
to garden
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Mijn moeder tuiniert graag in de lente.
My mother likes to garden in the spring.
sporten
to exercise / to do sports
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik sport drie keer per week in de sportschool.
I exercise three times a week at the gym.
breien
to knit
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Mijn oma breidt een warme sjaal voor mij.
My grandma is knitting a warm scarf for me.
bakken
to bake
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (bakte - gebakken), takes hebben.
Voorbeeld
In het weekend bak ik vaak een appeltaart.
On the weekend I often bake an apple pie.
wandelen
to hike / to walk
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben or zijn (usually zijn for movement to a destination).
Voorbeeld
Wij wandelen graag in de bossen op zondag.
We like to hike in the woods on Sunday.
gitaarspelen
to play guitar
๐ Grammaticanotitie
Compound verb treated as a regular phrasing, takes hebben.
Voorbeeld
Mijn broer speelt elke dag gitaar.
My brother plays guitar every day.
zwemmen
to swim
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (zwom - gezwommen), takes hebben or zijn.
Voorbeeld
In de zomer zwem ik vaak in de zee.
In the summer I often swim in the sea.
lezen
to read
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (las - gelezen), takes hebben.
Voorbeeld
In mijn vrije tijd lees ik spannende boeken.
In my free time I read exciting books.
koken
to cook
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Koken is een van mijn favoriete hobby's.
Cooking is one of my favorite hobbies.
puzzelen
to puzzle / to do jigsaws
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Mijn oma puzzelt graag op koude winteravonden.
My grandma likes to do puzzles on cold winter evenings.
reizen
to travel
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes zijn (for travel) or hebben.
Voorbeeld
Ik reis in de vakantie graag naar het buitenland.
I like to travel abroad during the vacation.
luisteren
to listen
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben, usually takes preposition naar.
Voorbeeld
In mijn vrije tijd luister ik naar muziek of podcasts.
In my free time I listen to music or podcasts.
Training instellen
Configureer je leersessie.