โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
kopen
to buy
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik koop een nieuwe jas in de stad.
I buy a new coat in the city.
betalen
to pay
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Kun je met pin betalen?
Can you pay by card?
kosten
to cost
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben. Usually used with third person.
Voorbeeld
Hoeveel kost deze rode trui?
How much does this red sweater cost?
pinnen
to pay by card
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Kan ik hier pinnen?
Can I pay by card here?
passen
to fit / to try on
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Waar is het hokje om te passen?
Where is the fitting room to try things on?
verkopen
to sell
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Die winkel verkoopt lekkere kaas.
That shop sells tasty cheese.
zoeken
to look for / to search
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Zoek je iets speciaals in de winkel?
Are you looking for something special in the shop?
kijken
to look
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik wil alleen even rondkijken.
I just want to look around for a bit.
uitkiezen
to choose / to select
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Kies jij een mooie taart uit?
Are you choosing a nice cake?
afrekenen
to check out / to pay the bill
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Waar kan ik afrekenen?
Where can I check out/pay?
sparen
to save money
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik spaar voor een nieuwe laptop.
I am saving money for a new laptop.
uitgeven
to spend (money)
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik wil niet te veel geld uitgeven.
I do not want to spend too much money.
lenen
to borrow / to lend
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Kan ik geld lenen van jou?
Can I borrow money from you?
ruilen
to exchange / to swap
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Kan ik deze trui ruilen voor een grotere maat?
Can I exchange this sweater for a larger size?
bestellen
to order
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik bestel vaak kleren online.
I often order clothes online.
kosten
to cost
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben. Duplicate semantic coverage for variety in practice.
Voorbeeld
Wat kosten deze tomaten per kilo?
What do these tomatoes cost per kilo?
ontvangen
to receive
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Heb je het pakketje al ontvangen?
Did you already receive the package?
aanbieden
to offer
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
De winkel biedt een leuke korting aan.
The shop offers a nice discount.
krijgen
to get / to receive
๐ Grammaticanotitie
Strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Krijg ik hier ook tasjes bij?
Do I also get bags with this?
meenemen
to take along / to bring
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb, takes hebben.
Voorbeeld
Neem jij een eigen tas mee?
Are you taking your own bag along?
Training instellen
Configureer je leersessie.