โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
bloeien
to bloom
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
De rode rozen bloeien in de lente.
The red roses bloom in the spring.
groeien
to grow
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, can take hebben or zijn (zijn is common for living things).
Voorbeeld
De bomen groeien heel snel hier.
The trees grow very fast here.
planten
to plant
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij planten nieuwe bomen in het park.
We are planting new trees in the park.
redden
to save / to rescue
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
We moeten het regenwoud redden.
We must save the rainforest.
scheiden
to separate / to sort (trash)
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij scheiden ons afval heel zorgvuldig.
We sort our waste very carefully.
recyclen
to recycle
๐ Grammaticanotitie
Weak loan verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik recycle al mijn lege flessen.
I recycle all my empty bottles.
vervuilen
to pollute
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Fabrieken vervuilen de schone lucht.
Factories pollute the clean air.
beschermen
to protect
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
We moeten de natuur goed beschermen.
We must protect nature well.
waaien
to blow (wind)
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Vandaag waait er een harde wind.
Today a strong wind is blowing.
schijnen
to shine
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ij-i-i), takes hebben.
Voorbeeld
De zon schijnt helder aan de hemel.
The sun is shining brightly in the sky.
stijgen
to rise / to increase
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ij-ie-ie), takes zijn.
Voorbeeld
De temperatuur stijgt in de zomer.
The temperature rises in the summer.
smelten
to melt
๐ Grammaticanotitie
Strong/mixed verb, takes zijn.
Voorbeeld
De sneeuw smelt in de lente.
The snow melts in the spring.
veranderen
to change
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes zijn (when intransitive change).
Voorbeeld
Het klimaat verandert heel snel.
The climate is changing very fast.
genieten
to enjoy
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ie-oo-o), takes hebben, governs preposition van.
Voorbeeld
Ik geniet van een wandeling in het bos.
I enjoy a walk in the forest.
kamperen
to camp
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben (or zijn).
Voorbeeld
In de zomer kamperen wij graag in de natuur.
In the summer we like to camp in nature.
wandelen
to hike / to walk
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben (or zijn).
Voorbeeld
Wij wandelen vaak in de bergen.
We often hike in the mountains.
vissen
to fish
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Mijn opa houdt ervan om te vissen bij de rivier.
My grandpa loves to fish by the river.
verwoesten
to destroy / to devastate
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Bosbranden verwoesten grote delen van het bos.
Wildfires destroy large parts of the forest.
opruimen
to clean up / to tidy
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb (op + ruimen), takes hebben.
Voorbeeld
Wij ruimen ons zwerfvuil netjes op.
We clean up our litter neatly.
uitsterven
to become extinct
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (uit + sterven, ie-a-o), takes zijn.
Voorbeeld
Sommige zeldzame dieren dreigen uit te sterven.
Some rare animals are threatened with extinction.
Training instellen
Configureer je leersessie.