โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
plannen
to plan
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben'.
Voorbeeld
Wij plannen onze vakantie in juli.
We are planning our holiday in July.
organiseren
to organise
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben'.
Voorbeeld
Zij organiseert een feestje voor haar verjaardag.
She is organising a party for her birthday.
afspreken
to make an appointment / to agree
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (e-ee-o) with separable prefix 'af-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ik spreek morgen af met een vriend.
I am meeting a friend tomorrow.
uitstellen
to postpone
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (e-ie-o) with separable prefix 'uit-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Wij stellen de vergadering uit.
We are postponing the meeting.
reserveren
to reserve / to book
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ik reserveer een tafel voor vier personen.
I am reserving a table for four people.
annuleren
to cancel
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben'.
Voorbeeld
We moeten de afspraak annuleren.
We have to cancel the appointment.
beginnen
to begin / to start
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (i-o-o) taking 'zijn'.
Voorbeeld
De cursus begint volgende week.
The course starts next week.
eindigen
to finish / to end
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben' (or 'zijn' in intransitive contexts).
Voorbeeld
De vergadering eindigt om vijf uur.
The meeting ends at five o'clock.
voorbereiden
to prepare
๐ Grammaticanotitie
Weak verb with separable prefix 'voor-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ik bereid de presentatie goed voor.
I am preparing the presentation well.
nodig hebben
to need
๐ Grammaticanotitie
Compound expression with separable particle 'nodig', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ik heb een agenda nodig voor mijn planning.
I need a diary for my planning.
uitnodigen
to invite
๐ Grammaticanotitie
Weak verb with separable prefix 'uit-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Wij nodigen onze vrienden uit voor het diner.
We are inviting our friends to dinner.
onthouden
to remember
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ou-hield-hield) taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ik kan die datum niet onthouden.
I cannot remember that date.
vergeten
to forget
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (e-a-o) taking 'hebben' or 'zijn'.
Voorbeeld
Vergeet je afspraak niet!
Don't forget your appointment!
verwachten
to expect
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben'.
Voorbeeld
Wij verwachten vele gasten op het feest.
We expect many guests at the party.
ophouden
to stop / to cease
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ou-hield-hield) with separable prefix 'op-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Wanneer houdt de regen op?
When does the rain stop?
doorgaan
to continue / to go ahead
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (aa-ing-o) with separable prefix 'door-', taking 'zijn'.
Voorbeeld
Gaat de vergadering morgen door?
Is the meeting going ahead tomorrow?
opbellen
to call (on the phone)
๐ Grammaticanotitie
Weak verb with separable prefix 'op-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ik bel je vanavond even op.
I will call you tonight.
bevestigen
to confirm
๐ Grammaticanotitie
Weak verb taking 'hebben'.
Voorbeeld
Kun je mijn reservering bevestigen?
Can you confirm my reservation?
invullen
to fill in / to complete
๐ Grammaticanotitie
Weak verb with separable prefix 'in-', taking 'hebben'.
Voorbeeld
Vul dit formulier in voor de activiteit.
Fill in this form for the activity.
kennen
to know (a person or thing)
๐ Grammaticanotitie
Mixed/irregular weak verb (kennen-kende-gekend) taking 'hebben'.
Voorbeeld
Ken jij een goede plek voor de vergadering?
Do you know a good place for the meeting?
Training instellen
Configureer je leersessie.