โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
zich voelen
to feel (well/unwell)
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb; takes 'hebben' in the past perfect.
Voorbeeld
Ik voel me vandaag veel beter.
I feel much better today.
zich aankleden
to get dressed
๐ Grammaticanotitie
Separable weak reflexive verb (aan-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik kleed me snel aan voor het werk.
I get dressed quickly for work.
zich uitkleden
to get undressed
๐ Grammaticanotitie
Separable weak reflexive verb (uit-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij kleedt zich uit voor het slapengaan.
He gets undressed before going to sleep.
zich omkleden
to change clothes
๐ Grammaticanotitie
Separable weak reflexive verb (om-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Na het sporten kleed ik me altijd om.
After exercising I always change clothes.
zich afvragen
to wonder / to ask oneself
๐ Grammaticanotitie
Separable strong reflexive verb (af-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik vraag me af waar hij blijft.
I wonder where he is staying.
zich ergeren
to be annoyed / irritated
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb; used with preposition 'aan'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik erger me aan de harde muziek.
I am annoyed by the loud music.
zich interesseren
to be interested (in)
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb (-eren); used with 'voor' or 'in'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Zij interesseert zich voor geschiedenis.
She is interested in history.
zich aanmelden
to register / to sign up
๐ Grammaticanotitie
Separable weak reflexive verb (aan-); used with 'voor'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik meld me aan voor de cursus Nederlands.
I am signing up for the Dutch course.
zich afmelden
to unsubscribe / to cancel attendance
๐ Grammaticanotitie
Separable weak reflexive verb (af-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij meldde zich af wegens ziekte.
He cancelled his attendance due to illness.
zich inschrijven
to enroll / to register
๐ Grammaticanotitie
Separable strong reflexive verb (in-); used with 'bij' or 'voor'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Wij schrijven ons in bij de gemeente.
We are registering with the municipality.
zich concentreren
to concentrate
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb (-eren); used with preposition 'op'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik kan me niet concentreren door het lawaai.
I cannot concentrate because of the noise.
zich amuseren
to amuse oneself / to have fun
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Wij hebben ons gisteravond uitstekend geamuseerd.
We had a great time last night.
zich vermaken
to entertain oneself / to enjoy oneself
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb with inseparable prefix 'ver-'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
De kinderen vermaken zich prima in de tuin.
The children are entertaining themselves just fine in the garden.
zich verslapen
to oversleep
๐ Grammaticanotitie
Strong reflexive verb with inseparable prefix 'ver-'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik heb me vanochtend helaas verslapen.
Unfortunately I overslept this morning.
zich bezeren
to hurt oneself
๐ Grammaticanotitie
Weak reflexive verb with inseparable prefix 'be-'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Het kind viel en bezeerde zich aan de tafel.
The child fell and hurt itself on the table.
zich omdraaien
to turn around
๐ Grammaticanotitie
Separable weak reflexive verb (om-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij draaide zich plotseling om.
He suddenly turned around.
Training instellen
Configureer je leersessie.