โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
aanzetten
to turn on, to switch on
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik zet de televisie altijd aan.
I always turn on the television.
uitzetten
to turn off, to switch off
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik zet mijn telefoon vaak uit.
I often turn off my phone.
opstaan
to get up, to stand up
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (staan); auxiliary verb is 'zijn'.
Voorbeeld
Ik sta elke dag vroeg op.
I get up early every day.
instappen
to get in, to board
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'zijn' (motion into a vehicle).
Voorbeeld
We stappen nu in de trein.
We are boarding the train now.
uitstappen
to get out, to alight
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'zijn' (motion out of a vehicle).
Voorbeeld
Ik stap bij de volgende halte uit.
I am getting out at the next stop.
oversteken
to cross
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (steken); auxiliary verb is 'zijn'.
Voorbeeld
We steken hier voorzichtig de straat over.
We are carefully crossing the street here.
meekomen
to come along
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (komen); auxiliary verb is 'zijn'.
Voorbeeld
Kom je vanavond met mij mee?
Are you coming along with me tonight?
meegaan
to go along
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (gaan); auxiliary verb is 'zijn'.
Voorbeeld
Ik ga morgen naar het museum mee.
I am going along to the museum tomorrow.
meelnemen
to take along, to bring
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (nemen); auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Neem jij wat drinken mee?
Are you bringing something to drink along?
opbellen
to call, to phone
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik bel mijn moeder vanavond op.
I am calling my mother tonight.
terugbellen
to call back
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik bel je straks direct terug.
I will call you back right away later.
schoonmaken
to clean
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik maak op zaterdag mijn huis schoon.
I clean my house on Saturday.
meedoen
to participate, to join in
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (doen); auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Doe jij morgen mee met het spel?
Are you joining in the game tomorrow?
uitleggen
to explain
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Kun je deze regel even uitleggen?
Can you explain this rule for a moment?
ophouden
to stop, to cease
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (houden); auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Houd eens op met dat lawaai!
Stop that noise!
meepraten
to join in a conversation, to talk along
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Je hoeft niet overal over mee te praten.
You don't have to join in the conversation about everything.
aandoen
to put on (clothing), to turn on (lights/device)
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (doen); auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik doe even een warme jas aan.
I'm putting on a warm coat for a moment.
uittrekken
to take off (clothing)
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (trekken); auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Ik trek mijn natte schoenen uit.
I am taking off my wet shoes.
opdragen
to assign, to dedicate
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (dragen); auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
De baas draagt mij een nieuwe taak op.
The boss assigns a new task to me.
meewerken
to cooperate, to collaborate
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb; auxiliary verb is 'hebben'.
Voorbeeld
Iedereen werkt goed aan het project mee.
Everyone is cooperating well on the project.
Training instellen
Configureer je leersessie.