โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
reizen
to travel
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij reizen volgende week naar Spanje.
We are traveling to Spain next week.
vertrekken
to depart / to leave
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (e-o-o), takes zijn.
Voorbeeld
De trein vertrekt over vijf minuten.
The train departs in five minutes.
aankomen
to arrive
๐ Grammaticanotitie
Separable verb (aan + komen), strong (o-o-o), takes zijn.
Voorbeeld
Hoe laat komen jullie aan?
What time do you arrive?
boeken
to book
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Ik wil een vliegticket boeken.
I want to book a plane ticket.
overstappen
to transfer / to change (trains/buses)
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, weak, takes zijn.
Voorbeeld
Je moet op Utrecht Centraal overstappen.
You have to transfer at Utrecht Central.
reserveren
to reserve
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (-eren ending, no ge- in participle), takes hebben.
Voorbeeld
Ik reserveer twee zitplaatsen in de trein.
I am reserving two seats on the train.
inchecken
to check in
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, weak, takes hebben.
Voorbeeld
Vergeet niet om in te checken met je OV-chipkaart.
Don't forget to check in with your OV-chipcard.
uitchecken
to check out
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, weak, takes hebben.
Voorbeeld
Waar moet ik uitchecken op dit station?
Where do I need to check out at this station?
besturen
to drive / to steer / to operate
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (-eren ending), takes hebben.
Voorbeeld
Wie gaat de auto besturen tijdens de vakantie?
Who is going to drive the car during the vacation?
missen
to miss (a train, bus, etc.)
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Als we haasten, missen we de bus niet.
If we hurry, we won't miss the bus.
huren
to rent
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
Wij huren een fiets om de stad te zien.
We are renting a bicycle to see the city.
parkeren
to park
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (-eren ending), takes hebben.
Voorbeeld
Waar kan ik mijn auto parkeren?
Where can I park my car?
stappen
to step / to walk
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben (or zijn depending on context, standard is hebben).
Voorbeeld
Pas op als je uit de trein stapt.
Watch out when you step off the train.
vliegen
to fly
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (ij-oo-o), takes zijn.
Voorbeeld
Wij vliegen volgende maand naar Parijs.
We are flying to Paris next month.
wandelen
to walk / to hike
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben (or zijn for motion, hebben is common).
Voorbeeld
In het weekend wandelen we in de bergen.
On the weekend we hike in the mountains.
kruisen
to cross
๐ Grammaticanotitie
Weak verb, takes hebben.
Voorbeeld
De weg kruist het spoor.
The road crosses the railway.
rondkijken
to look around / to sightsee
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, strong (ij-ie-ie), takes hebben.
Voorbeeld
Laten we even rondkijken in het centrum.
Let's look around the center for a bit.
doorreizen
to travel on / to continue journey
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, weak, takes zijn (motion) or hebben.
Voorbeeld
Na een korte stop reizen we door naar Berlijn.
After a short stop we travel on to Berlin.
instappen
to board / to get in (a vehicle)
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, weak, takes zijn.
Voorbeeld
De trein vertrekt zo, stapt u maar in!
The train is leaving soon, please board!
uitstappen
to get off / to step out
๐ Grammaticanotitie
Separable verb, weak, takes zijn.
Voorbeeld
Bij het volgende station moeten we uitstappen.
At the next station we have to get off.
Training instellen
Configureer je leersessie.