โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
ontvangen
to receive
๐ Grammaticanotitie
Strong transitive verb (inseparable prefix 'ont-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Wij ontvangen vandaag het pakketje.
We receive the package today.
bereiken
to reach / to achieve
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (inseparable prefix 'be-' + 't kofschip); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Met hard werken bereik je je doel.
With hard work you achieve your goal.
behandelen
to treat / to handle
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (inseparable prefix 'be-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij behandelt zijn klanten altijd vriendelijk.
He always treats his customers kindly.
bezoeken
to visit
๐ Grammaticanotitie
Irregular transitive verb (inseparable prefix 'be-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
In het weekend bezoek ik mijn ouders.
On the weekend I visit my parents.
bewaren
to keep / to store
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (inseparable prefix 'be-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik bewaar de kaas in de koelkast.
I keep the cheese in the fridge.
beschermen
to protect
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (inseparable prefix 'be-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Deze jas beschermt je tegen de regen.
This coat protects you against the rain.
vervangen
to replace
๐ Grammaticanotitie
Strong transitive verb (inseparable prefix 'ver-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
De monteur vervangt de kapotte band.
The mechanic replaces the broken tire.
controleren
to check / to verify
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
De conducteur controleert de vervoersbewijzen.
The conductor checks the tickets.
organiseren
to organize
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Zij organiseert een groot buurtfeest.
She is organizing a big neighborhood party.
reserveren
to reserve / to book
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik reserveer een tafel voor vier personen.
I am reserving a table for four people.
oplossen
to solve / to resolve
๐ Grammaticanotitie
Separable weak transitive verb (op-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Samen lossen we dit probleem snel op.
Together we will solve this problem quickly.
uitvoeren
to carry out / to execute
๐ Grammaticanotitie
Separable weak transitive verb (uit-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Het bedrijf voert het nieuwe plan uit.
The company carries out the new plan.
aanbieden
to offer
๐ Grammaticanotitie
Separable strong transitive verb (aan-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
De winkel biedt deze week hoge korting aan.
The shop is offering a big discount this week.
accepteren
to accept
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik accepteer je excuses graag.
I gladly accept your apologies.
weigeren
to refuse / to decline
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij weigert het verdachte pakket.
He refuses the suspicious package.
steunen
to support
๐ Grammaticanotitie
Weak transitive verb; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Wij steunen het lokale goede doel.
We support the local charity.
Training instellen
Configureer je leersessie.