โ
Voorbeeldzinnen
โ โ Pijltjestoetsen om te navigeren ยท A om te luisteren
beweren
to claim / to assert
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (inseparable prefix 'be-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij beweert dat hij er niets van wist.
He claims that he knew nothing about it.
overtuigen
to convince / to persuade
๐ Grammaticanotitie
Inseparable weak verb (stress on -tui-); no 'ge-' in past participle; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Jouw sterke argumenten overtuigen mij.
Your strong arguments convince me.
twijfelen
to doubt / to hesitate
๐ Grammaticanotitie
Weak verb; used with preposition 'aan' or 'over'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik twijfel nog over mijn definitieve keuze.
I am still hesitating about my final choice.
discussiรซren
to discuss / to debate
๐ Grammaticanotitie
Weak verb; spelled with trema in infinitive/plural; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Wij discussiรซren vaak over de politiek.
We often debate about politics.
bespreken
to discuss (a topic)
๐ Grammaticanotitie
Strong transitive verb (inseparable prefix 'be-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Morgen bespreken we het rapport op kantoor.
Tomorrow we will discuss the report at the office.
voorstellen
to propose / to suggest
๐ Grammaticanotitie
Separable weak verb (voor-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Ik stel voor om eerst een pauze te nemen.
I suggest taking a break first.
tegenspreken
to contradict
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (tegen-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij spreekt zijn collega voortdurend tegen.
He constantly contradicts his colleague.
verdedigen
to defend
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (inseparable prefix 'ver-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Zij verdedigt haar standpunt met veel passie.
She defends her point of view with great passion.
bekritiseren
to criticize
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (inseparable prefix 'be-'); no 'ge-' in past participle; takes 'hebben'.
Voorbeeld
De krant bekritiseert het nieuwe beleid.
The newspaper criticizes the new policy.
toegeven
to admit / to concede
๐ Grammaticanotitie
Separable strong verb (toe-); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij geeft zijn fout gelukkig eerlijk toe.
Fortunately he honestly admits his mistake.
ontkennen
to deny
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (inseparable prefix 'ont-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
De woordvoerder ontkent alle geruchten.
The spokesperson denies all rumors.
benadrukken
to emphasize / to stress
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (inseparable prefix 'be-' + 't kofschip); takes 'hebben'.
Voorbeeld
De leraar benadrukt het belang van herhaling.
The teacher emphasizes the importance of repetition.
oordelen
to judge
๐ Grammaticanotitie
Weak verb; used with preposition 'over'; takes 'hebben'.
Voorbeeld
Je moet niet te snel over anderen oordelen.
You should not judge others too quickly.
vergelijken
to compare
๐ Grammaticanotitie
Strong verb (inseparable prefix 'ver-'); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Consumenten vergelijken de prijzen op internet.
Consumers compare the prices on the internet.
concluderen
to conclude
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Uit de cijfers concluderen wij dat de verkoop stijgt.
From the figures we conclude that sales are rising.
argumenteren
to argue (present arguments)
๐ Grammaticanotitie
Weak verb (-eren); takes 'hebben'.
Voorbeeld
Hij argumenteert altijd erg helder en logisch.
He always argues very clearly and logically.
Training instellen
Configureer je leersessie.